De bedoeling van schetsen is, een plaats die jij gezien hebt, herkenbaar te maken voor iemand die deze plaats nog nooit gezien heeft, Er zijn verschillende schetsen.

Bij een horizonschets teken je alleen datgene, dat tegen de lucht afsteekt, de horizon dus.

Zoals je ziet geeft deze schets wat meer bijzonderheden dan de horizonschets. Het is de bedoeling dat je met deze schets in je hand het geschetste landschap kunt herkennen. Deze schets wordt voornamelijk gebruikt voor bouwwerken.

In een panoramaschets, behoor je alles, wat er van een bepaald waarnemingspunt in een gedeelte van het landschap te zien is, terug te vinden. Er worden kompasrichtingen en geschatte afstanden naar objecten (bv kerktoren) vermeld, De voorgrond wordt ook verder uitgewerkt dan bij de recognografische schets. Tot slot vermeld je waar en wanneer de schets gemaakt is ( Dit geldt overigens voor alle schetsen.).
Nu is echter wel een probleem als je niet goed kunt tekenen, Daar is echter wel een oplossing voor . Maak van een stevig stuk karton een raam ter grote van een blad tekenpapier. Over de opening span je op regelmatige afstand een zwarte draad. Dit doe je zowel horizontaal als verticaal. Je hebt nu een tekenraam dat je op de volgende manier kan gebruiken
Je kijkt door het raam naar hetgeen je wilt schetsen. Dit lukt het beste als het raam op een paaltje o.i.d kunt bevestigen. Teken het vakwerk op je papier, Je kan nu per vakje tekenen wat je ziet. Afstanden, lengten en verhoudingen kan je nu veel makkelijker goed op papier weergeven.
De plattegrond is eigenlijk geen schets.
Nauwkeurigheid is hierbij vereist. Je kunt bijvoorbeeld een plattegrond van een
gebouw of van en kampeerterrein maken. Voorwaarde is echter, dat alle maten en
afstanden bepaald worden en in schaal op het papier aangebracht worden. Het is
makkelijkst om hiervoor ruitjespapier te gebruiken. Vanzelfsprekend vermeld je
de schaal op de plattegrond.



