Algemeen:
Bij sjorren is het altijd van belang dat alle slagen goed aangetrokken worden.

Begin met de mastworp om de staande paal en wel onder de horizontale paal Leg nu 3 slagen om de palen heen

Vervolgens drie slagen woelen

Tot slot eindig je deze sjorring met een mastworp om de horizontale paal.
Toepassing:
Om twee palen aan elkaar vast te maken, zodat deze niet meer kunnen verschuiven.

Begin met de timmersteek en leg deze om de palen
Goed aantrekken en drie slagen naast deze steek leggen .
Vervolgens drie slagen hier dwars op leggen. Hierna drie slagen woelen en eindigen met een mastworp om een paal.

Toepassing:
Om een gesjord vierkant stevigheid te geven, zodat schranken worden voorkomen

Begin met een mastworp om een paal. Wikkel daarna 5 a 6 slagen om beide palen. Schuif nu beide palen iets uit elkaar en ga drie slagen woelen. Tot slot leg je een mastworp.
Toepassing
Om twee palen zodanig te verbinden dat zij ten opzichte van elkaar kunnen draaien . Er ontstaat dus een soort vork (tweepoot).
Ook
deze sjorring begin je met een mastworp om een paal. Vervolgens wikkel je rond
de palen, zodat er overal drie slagen naast elkaar liggen. Hierna moet je gaan
woelen, maar let op, er moet twee maal gewoeld worden.
Na twee maal 3 slagen gewoeld te hebben sluit je af met een mastworp.
Deze dient om van twee korte palen een lange paal te maken. Hij bestaat altijd uit twee sjorringen!!
We kennen twee soorten steigersjorringen, kruisend en niet-kruisend.
De niet kruisende begint met een mastworp op een paal. Vervolgens 10 a 15 slagen en tot slot een mastworp om beide palen.

De kruisende begint in het midden van de lijn met een mastworp om beide palen. Wikkel nu een links om en een eind rechts om, zodanig dat de slagen aan een zijde langs elkaar lopen en aan de andere kant elkaar kruisen. Je eindigt met een platte knoop. Met een wig kan de sjorring verstevigd worden.



