Waterkaarten

Als je een stuk gaat varen, bijvoorbeeld van Rotterdam naar de randmeren, dan ga je eens kijken welke vaarwegen je het best kan gebruiken.

 Er zijn een groot aantal dingen waar je rekening mee moet houden:

Ø Mag ik varen op deze waterwegen.

Ø Kan ik onder alle bruggen door. (of kunnen ze open)

Ø Pas ik wel in de sluizen die ik tegenkom.

Ø Hoe diep of ondiep is het water

Ø Hoe is de stroming

Ø Hoe druk wordt het water bevaren

Ø Hoeveel oponthoud heb ik door sluizen en/of bruggen.

 Dit alles moet leiden tot de meest gunstige vaarroute wat betreft veiligheid, afstand en de tijd te varen.  Deze eisen hoef je niet uit je hoofd te leren, echter is het wel makkelijk om er eens over na te denken en dus na te gaan of bijvoorbeeld de odysseus onder een brug door kan.

 Om deze eis af te tekenen moet je met de legenda van een waterkaart kunnen werken. Daarnaast moet je de kleuren, afkortingen uit je hoofd weten. Lichten en basisbetonningen zijn ook een eis. Deze eis is ook niet makkelijk en je zult een

aantal keer moeten oefenen voordat hij afgetekend zal worden.

Alle lengtematen op de kaart staan aangegeven in decimeters.

Lichten

FAC 

facultatief licht (kleur niet voorgeschreven)

V

vast licht

O

onderbroken licht - - - - - - - - - -

ISO

isofase licht - - - - - -

S

schitterlicht - - - - - - - - - - - - - - -

F

flikkerlicht *****************

 

Legenda

Donkerblauw

Vrij en diep water

Lichtblauw

Ondiep of droogvallend water

Geel

Vaarwater verboden voor motorvaart tenzij met vergunning

Roze

Onbelangrijk vaarwater, meestal verboden voor motorvaart

 

 

Afkortingen

GN

Groen

R

Rood

W

Wit

HB

Hefbrug

BB

Beweegbare brug

D

Diepte

H

Hoogte

L

Lengte

W

Breedte (wijdte)

 Legenda tekens waterkaarten:

 

 

 

 
 
 
 

Betonning

Er zijn verschillende soorten betonningen. Je hebt namelijk laterale en cardinale markeringen.

Voor tweede klas zullen we voornamelijk de laterale markeringen bespreken.

 - Laterale markering dient om de zijdelingse begrenzing van vaarwater aan te geven.
- Cardinale markering wordt op groter water gebruikt om gevaarlijke punten aan te geven.

 Om de loop van een vaarwater zichtbaar te maken worden langs de rand op regelmatige afstand merktekens geplaatst. Bij markering van het bevaarbaar gedeelte worden de begrippen linker en rechter oever gebruikt. De bepaling daarvan doe je met je rug naar de hoge kant  (waar het water vandaan komt) kijkend naar de lage kant (stroomafwaarts, waar het water naar toe gaat). Ook voor kanalen geldt van hoog naar laag, dus in de richting van een lager pand. Voor andere wateren zijn de volgende regels afgesproken:

- Getijdengebied: kijkend in de richting van de ebstroom.
- Zijvaarten en geulen: in de richting van de hoofdvaarweg.
- Meren: in de richting van de uitgang naar open water.
- Randmeren: kijkend vanaf Amsterdam.

De gebruikte betonning is herkenbaar aan vorm en kleur.
>De linkerzijde is spits of heeft een spits topteken met als hoofdkleur groen.
>De rechterzijde is stomp of heeft een stomp topteken met als hoofdkleur rood.

>Splitsingen worden aangegeven door bolvormige tonnen met een combinatie van beide kleuren.

 

Gevoelsmatig is hier iets heel onlogisch. Links was toch bakboord en rood?
Als je het lastig vindt, vergeet dan even het links en rechts van de laterale markering en draai onderstaand tabelletje om. Stroomopwaarts varend (naar binnen) kloppen de kleuren wel. Aan je bakboordzijde zitten dan de rode stompe tonnen net als je rode boordlicht.

 

Linkerzijde

stroom-/vaarrichting

Stroomafwaarts varend (Lateraal)

Rechterzijde

Spits

 

Hierbij worden de tonnen tegenovergesteld aan de boordlichten gehouden

 

Stomp

spitse groene ton

 

Hoofdbetonning vaarwater

 

stompe rode ton

spitse ton met groene strepen

 

Recreatiebetonning, bruikbaar vaarwater buiten de hoofdbetonning. Het is wel ondieper

 

stompe ton met rode strepen

spitse gele ton

 

Afbakening bijzonder gebied, markering voor doorgaande vaart

 

stompe gele ton

ruitvormig bord groen/wit

 

Tekens op de oever van een rivier waarlangs het diepste gedeelte loopt.

 

rechthoekig bord wit/rood/wit

driehoekig groen bord, punt naar boven.

 

Gevaarlijk punt of obstakel, krib, te water geraakt object enzovoorts

 

driehoekig rood bord, punt naar beneden.

 

Takken; ook wel prikken, staken, struik- of steekbakens genoemd. Diepte ongeveer 1.20 m.
Bijeengebonden: betekenis als groene ton.
Uitstaande takken: betekenis als rode ton.

 

Scheidingstonnen.

 Onderstaand zijn de scheidingstonnen aangegeven. Voor tweede klas moet je deze tonnen kunnen herkennen. Bij eerste klas zul je ook onderscheid moeten kunnen maken tussen hoofdvaarwater en nevenvaarwater.

 

Sheidingston hoofdvaarwater links. Deze ton ligt in de rode (stompe) tonnenlijn en dient stroomafwaarts varend aan stuurboordkant (rechts) gehouden te worden.

Scheidingston hoofdvaarwater rechts. Deze ton ligt in de groene (spitse) tonnenlijn en dient stroomafwaarts varend aan bakboord (links) gehouden te worden.

Scheidingston vaarwater van gelijk belang (bol als topteken; met beide kleuren)

 

Start Installatie-eisen 3e klas 2e klas 1e klas Links Waterwerk Downloadpagina Aftekenlijsten