Kompas

De vier kompashandgrepen

Voordat we gaan werken met een kompas zijn er twee dingen die je moet onthouden.

1) Je moet een kompas altijd horizontaal houden. Als je het kompas namelijk schuin houdt draait de naald niet meer

2) Als er ijzer in de buurt is, wijst de naald van het kompas niet meer naar het noorden. Houd voor de lol maar eens je horloge of een pen naast het kompas en kijk daarbij goed wat er met de naald gebeurt.

1e Handgreep

Een richting schieten met het kompas.

Je ziet bijvoorbeeld een kerktoren en je wilt weten op hoeveel graden die ligt. Je houdt nu het kompas zo een 25 cm van je af, zodanig dat je door de spleet van het kompas (het vizier) de kerktoren ziet. Tevens kan je in de uitgeklapte spiegel de kompasroos zien. Met je andere hand draai je nu de kompasroos tot de rode kant van de naald precies tussen de twee streepjes staat. Controleer of je de kerktoren nog door het vizier ziet. Als dit allemaal klopt, kan je bij het zwarte puntje op de kompasroos de richting van de kerktoren aflezen.

 

 2e Handgreep

Een richting in het terrein uitzetten.

Dit is de handgreep die wij het meest gebruiken. Je krijgt een koers, bijvoorbeeld 60 graden, en je wilt weten welke kant dat op is. Je stelt nu de kompasroos in op 60 graden. Je houdt het kompas weer voor je uit zodat je door het vizier kan kijken en tevens de kompasroos in de spiegel ziet.

Ga nu zelf langzaam draaien totdat de rode kant van de naald weer precies tussen de twee streepjes staat. Door het vizier van het kompas kijk je nu precies in de richting 60 graden

 

 

 

3e Handgreep

Een richting van het kompas overzetten op een kaart.

Je hebt met de 1e handgreep een richting geschoten en wilt deze op een kaart uitzetten. Op de kaart zoek je de plaats op waar je stond. Dit noemen we punt A. Leg het kompas tegen punt A aan. (Zie plaatje) Zorg dat de spiegel is ingeklapt, zodat je door de roos heen de kaart kan zien.

We draaien het kompas nu zodanig dat de noord-zuid lijn op de kompasroos evenwijdig loopt met de noord-zuid lijn op de kaart. Controleer of het noorden van je kompasroos inderdaad naar het kaart noorden wijst. Je kan nu vanaf punt A een lijntje trekken langs het kompas. De geschoten richting staat nu daadwerkelijk op   de kaart.

 

4e Handgreep

 Het opnemen van een richting op de kaart.

Op de kaart staat een weg en je wilt weten welke richting die weg heeft.Jij staat op punt A en je moet naar punt B. Klap de spiegel weer in en leg het kompas langs de weg op de kaart. Let erop dat je het kompas wel in de juiste richting langs die weg ligt. (Het kompas ligt nu op de kaart, zodat bij een vizierkompas de viziergroef met het afleespunt naar punt B wijst )

 Draai nu aan de kompasroos zodanig dat de noord-zuid lijn van die kompasroos weer evenwijdig loopt met de noord-zuid lijn op de kaart. Controleer wederom of het noorden van je kompasroos inderdaad naar het noorden van de kaart wijst. Controleer ook of je kompas nog precies langs de weg op de kaart ligt. Als dit allemaal het geval is, kan je de richting van de weg aflezen bij het zwarte puntje van de kompasroos.

 

Start Installatie-eisen 3e klas 2e klas 1e klas Links Waterwerk Downloadpagina Aftekenlijsten