In de eerste jaren van 1900 verscheen er in Engeland een boek met handige tips voor verkenners. Dat waren militairen die in die tijd sluipend de vijandige linies verkenden. Een soort commando’s.
Dit boek was geschreven door een Engelse generaal die in die tijd heel beroemd was. Een zekere Robert Baden Powell.
Of dat boek in het Engelse Leger veel gebruikt werd vermeldt de historie niet. Wel bleek dat enorm veel jongens dat boek te pakken wisten te krijgen en "verkennertje" gingen spelen. In de kortste keren wemelde Engeland van groepjes jongens die aan de hand van dat boek een spel van verkennen speelden.
Toen de Britse koning daarvan hoorde had hij een lang gesprek met Baden Powell. Als gevolg daarvan nam deze ontslag uit de militaire dienst en schreef hij een nieuw boek. Het verkennen voor jongens. In dit boek wist hij avontuur van het verkennen om te buigen in een echt spel voor de jongens. Nog geen jaar later werd het eerste verkennerskamp ter wereld op Brownsea eiland gehouden. En het spel van verkennen, de padvinderij, was geboren.
Binnen 2 jaar was dat spel naar diverse andere landen overgewaaid.
Ook in ons land waren er al snel jongens met dat spel bezig en werd Scouting georganiseerd. Er kwamen leiders en er ontstond een soort bureau.
Zo ook in Rotterdam
Een twintig tal jongens verzamelden zich iedere zaterdagmiddag in het park aan de West Zeedijk en speelden daar hun spel. Een leider hadden ze niet, maar de aanvoerder van die verkenners was een jongen die Jos Okon heette.
Na enige weken stapten deze groep jongens naar het bureau van Scouting en vroegen daar of er niet een leider voor hen was. Dat bleek het geval te zijn. Een bankdirecteur was pas naar Rotterdam verhuisd en bleek bereid om die jongens te gaan leiden. Die bankdirecteur heette van Kasteel.
In september 1913 startte die ploeg jongens officieel met hun nieuwe leider als de Calandtroep. De vijfde Rotterdamse groep van de Rotterdamse Padvinders Vereniging. De Calandtroep , als 5de groep, kreeg een effen grijze das. Dat kwam omdat in die tijd de trams per lijn een gekleurd nummerbord hadden. Tramlijn 5 had een grijs nummerbord dus groep 5 kreeg een grijze das.
In 1913 bestond scouting uitsluitend uit verkenners. De welpen en zeeverkenners waren toen nog niet uitgevonden. Dat kwam pas in de buurt van 1920. Er bestonden dus allen maar verkennerstroepen. De naam CalandTROEP wijst er dus op dat onze groep werd opgericht in de aller eerste jaren. Het is dus een ere-titel.
Al vanaf het begin bleek de Calandtroep een bijzondere groep te zijn welke in korte tijd een enorm goede naam opbouwde.
Andere groepen welke zonder leiding kwamen te zitten deden dan ook regelmatig een beroep op de grijsdassers en in de jaren 30 waren er dan ook niet minder dan 3 groepen welke door leiding van de Calandtroep gedraaid werden en onder leiding stonden van Oubaas van Kasteel. In Rotterdam sprak men met enig ontzag over het Kasteel-verbond.
Die leiding en een stel oudere jongens vormden samen een stam. Zij werden "voortrekker". Als stamnaam kozen zij Ganesha naar de Indiase olifantengod. Deze Ganesha’s komen thans, terwijl ik dit schrijf, nog steeds regelmatig bij elkaar en is met recht een vriendenclub voor het leven geworden. Zij gaven blijk begrepen te hebben wat Baden Powell voor ogen had gestaan toen hij het verkennen voor jongens schreef.
Na de Calandtroep meer dan 25 jaar geleid te hebben gaf Oubaas van Kasteel de leiding over aan een van zijn assistenten Hopman Hoogenstrijd. Ook deze leidde de Calandtroep meer dan 25 jaar en wist de goede naam van onze groep te behouden en zelfs uit te bouwen. HoHo zoals hij in heel Scouting bekend was stond aan de wieg van vele veranderingen binnen Scouting en knokte voor die dingen die belangrijk waren voor onze groep en voor heel Scouting. Hij was iemand met recht van spreken en waarnaar geluisterd werd.
Na het vertrek van HoHo kwam de Calandtroep in roerige tijden. De leiders kwamen en gingen, de groep kreeg het moeilijk. Het werd ook steeds moeilijker om als landgroep leuke activiteiten te doen. Uiteindelijk werd de knoop doorgehakt en werd de Calandtroep onder leiding van de toenmalige schipper Hogervorst een zeeverkennersgroep. Nog steeds was het erg moeilijk voor de groep om het hoofd boven water te houden. Soms was er iedere week een nieuwe schipper.
Uiteindelijk wist HoHo de schipper van Eijnsbergen te bewegen om de Calandtroep vanaf 1 januari 1970 over te nemen. Een opbouw periode startte. We verhuisden van de Spaanse polder naar ons huidige terrein waar ons nieuwe groepshuis in een paar maanden tijd werd gebouwd. Bij deze bouw hielpen alle ouders mee. De Calandtroep werd weer wat men er van gewend was, een van de beste groepen van Rotterdam en Nederland. Een groep waarop gelet werd, een groep met stijl, een gezellige groep.
Ook jij bent nu lid geworden van de Calandtroep. Daar mag je best trots op zijn. En ook van jou zal het dus afhangen of onze groep de beste blijft en of onze troep gezellig blijft.
Samen met de anderen bepaal jij immers hoe het in de groep er aan toegaat en wat er inde groep gebeurt.
Wees er trots op een grijsdasser te zijn!!
Daar heb je alle reden voor!!


