Als je een plaats zoekt om je tent op te zetten, moet je op de volgende dingen letten:
1) Niet in een kuil. Als het gaat regenen dan kan je zwemmen.
2) Niet op de top van een kale heuvel. Bij harde wind heb je kans dat je tent wegvliegt.
3) Niet onder hoge bomen. Vogels laten nog wel eens wat vallen, bovendien lekt iedere boom hars of een ander levensvocht en als het gaat regenen verzamelen de regendruppels zich op de bladeren en vallen daarna als hele grote druppels op je tent. Dit veroorzaakt dan in je tent een soort doorstuiven van vocht waardoor alles in je tent klam wordt. Als je onder een boom zou gaan staan met je tent om droog te blijven kom je bedrogen uit. Als de bui allang over is lekt de boom nog uren na. Tot slot heb je bij onweer nog een kleine kans dat de boom waar je onder staat door de bliksem wordt getroffen.
4) Zet je tent op met de gesloten kant naar de wind. Dat voorkomt dat je je tent uitwaait of dat de regen je tent inwaait.
Voordat je de tent opzet, maak je eerst de grond vrij van takjes, dennenappels en andere rommel. Dat voorkomt dat het grondzeil lek wordt geprikt terwijl het bovendien niet leuk is om met je knieën op een scherpe dennenappel te landen.
Vervolgens zet je de tent op.Hoe je een tent moet opzetten, leer je vanzelf als we gaan kamperen.
Wat je nu wel alvast kan leren zijn de dingen die zoal wel en niet in of bij een tent mogen.
1) Niet met je schoenen de tent ingaan. Het grondzeil kan daar niet tegen terwijl je bovendien veel vuil je tent in loopt. Als je je tent ingaat zijn je schoenen dus uit.
2) Nooit vechten of stoeien in of bij een tent. Een ongelukje is gauw gebeurd en voor je het weet ziet er een scheur in de tent. Een nieuwe tent kost erg veel geld.
3) Trek je nooit aan tentpalen omhoog. De palen zijn gemaakt van dun-wandige buis en ze buigen of knikken voordat je het weet.
4) In principe wordt er in een tent nooit gegeten. Kan dat niet anders dan zal je ervoor moeten zorgen dat er niets op het grondzeil terecht komt. Zet ook NOOIT een hete pan op het grondzeil, die smelt er dan doorheen. Als je zonodig in de tent wilt snoepen, let er dan op dat er geen snoepjes in de tent terecht komen. Sommige snoepjes smelten namelijk en veroorzaken smerige, kleverige plekken. Bovendien trekken die plekken mieren, wespen en andere insecten aan
5) Raak tijdens het regenen Nooit je tent aan en zet geen bagage tegen de tent. Een tent gaat lekken waar hij wordt aangeraakt en het lekken is pas voorbij als de hele tent weer helemaal droog is geworden.
Aan een tent zitten scheerlijnen (soms vervangen door rubbers) Hiermee kan je de tent goed strak spannen. Als het gaat waaien moet je er voor zorgen dat je de tent goed strak staat anders gaat hij klapperen of waait zelfs weg. Als het gaat regenen moet je de scheerlijnen slapper zetten. Immers als het regent krimpt het tentdoek. Als de scheerlijnen te strak staan kan het doek niet krimpen en bestaat de kans dat je tent zover krimpt dat de scheerlijnen breken of als je pech hebt zelfs je hele tent scheurt
Aan de toestand van je tent kan en zien of je een goede kampeerder bent. Zorg er dus voor dat je tent altijd redelijk strak staat en dat het in je tent altijd schoon en opgeruimd is. Het is een kleine moeite om even je slaapzakken recht te trekken, je pyjama op te vouwen en er voor te zorgen dat je spullen in je plunjezak zitten en die plunjezak dicht is en netjes staat.
Hygiëne is in een kamp erg belangrijk.
Houd jezelf schoon. Bij het opstaan en naar het bed gaan wassen we ons dus grondig. Dat kan nooit als je een hemd of een T-shirt aanhoudt. Bij het wassen ontbloten we dus het bovenlichaam en wassen ons grondig met zeep. Besteed extra aandacht aan de plekken waar je veel zweet zoals onder je oksels. Zeker in landkampen is het van belang dat je aandacht aan je voeten besteedt. Het zand kan flink gaan schuren en blaren veroorzaken. Was dan ook regelmatig je voeten en droog die goed af.
Natuurlijk trek je voor je gaat slapen je ondergoed uit zodat het zweet er uit kan dampen. In onze troep slaapt niemand met zijn ondergoed aan. Mocht het ’s nachts koud zijn dan kan je over je pyjama een schone trui aantrekken en eventueel trek je een paar schone sokken aan.
Slapen doen we in een tent in principe met ons hoofd naar de opening toe. Dat voorkomt dat je ’s nacht wakker wordt van de koude tenen of van het gebrek aan frisse lucht. Bovendien kan je zo gemakkelijk uit je tent als dat eens nodig mocht zijn.
De Calandtroep heeft een hele goede naam bij de eigenaars van kampeerterreinen. Dat komt mede door de regel:
Zorg dat je het kampeerterrein netter wordt achtergelaten dan je het hebt aangetroffen .
Beschadig niets en volg de voorschriften van de eigenaar van het terrein op.
En dan het einde van het kamp
De tent wordt voorzichtig afgebroken en de haringen en grondpennen worden direct bij elkaar gelegd. Laat ze niet slingeren, want anders ben je zo kwijt. Als alle pennen verzameld zijn worden ze eerst goed schoon gemaakt voordat ze in de haringenzak gaan. Alle pennen gaan in de zak met de punt naar de open kant.
Ook de stokken worden direct in de juiste zak opgeborgen. Op die manier voorkom je dat je een volgend kamp misgrijpt omdat je stokken mist. Ook de stokken gaan met de punt naar de open kant.
Het opvouwen van de tent doe je met elkaar en je probeert er voor te zorgen dat de tent schoon blijft en dat er bij het vouwen geen plooien ontstaan. Daar slijt een tent namelijk vreselijk van.
Als een tent niet helemaal droog is moet je hem niet wegbergen maar moet je hem zo snel mogelijk (beslist nog diezelfde dag) te drogen hangen. Doe je dat niet dan komt "het weer" er in en kan je de tent wel weggooien. Hij is dan letterlijk verrot.
Het laatste wat je doet voordat je van het kampeerterrein weg gaat is met elkaar het hele kampeerterrein nog een kaar aflopen. Als je wat vergeten mocht zijn kom je het vanzelf tegen en raap ondertussen ook het vuil op dat, misschien, niet van jou is maar wat er al lag toe je er aankwam. Een padvinder heeft zorg voor de natuur en het is ook prettiger voor de mensen die na jou komen.
Wanneer je dat alles gedaan hebt meld je je natuurlijk even af bij de eigenaar of de beheerder van het terrein en je vergeet hem natuurlijk niet om hem of haar te bedanken voor de gastvrijheid.


